Farmacogenetisch paspoort: wanneer wel en wanneer niet?
Krijgt u weleens de vraag van een patiënt om een DNA-paspoort te bepalen? Of overweegt u dat zelf weleens bij onverwachte bijwerkingen? In dit artikel leest u meer over de zin én onzin van deze bepalingen aan de hand van enkele praktijkvoorbeelden. Bij twijfel biedt overleg met een (ziekenhuis)apotheker vaak uitkomst.
Wat is farmacogenetica?
We spreken van farmacogenetica wanneer genetische variaties de metabolisering van specifieke medicijnen significant beïnvloeden. 95% van de bevolking heeft minstens één genetische variant die de werking van geneesmiddelen kan beïnvloeden.
Zo’n genetische variatie kan ervoor zorgen dat iemand een geneesmiddel veel sneller (ultrarapid metabolizer), langzamer (intermediate metabolizer) of nauwelijks afbreekt (poor metabolizer). Bij geneesmiddelen die nog actief gemaakt moeten worden in de lever (pro-drugs), kan juist het omgekeerde gelden.
Wanneer heeft een farmacogenetische bepaling zin?
Farmacogenetisch onderzoek wordt om diverse redenen ingezet. In figuur 1 vindt u praktijkvoorbeelden van redenen om ná de start van een geneesmiddel farmacogenetisch onderzoek aan te vragen. De meest voorkomende reden is dat het effect of een bijwerking van een geneesmiddel veel heftiger is dan u zou verwachten.
In deze lijst vindt u een overzicht van redenen om vóór de start van een geneesmiddel farmacogenetisch onderzoek in te zetten. Deze lijst is opgesteld door de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP). Een voorbeeld hiervan is de bepaling van CYP2C19 bij start clopidogrel, om te voorkomen dat het middel niet werkt. Een kanttekening is dat een deel van deze adviezen (nog) niet door alle beroepsverenigingen zijn overgenomen.
Praktijkvoorbeeld 1 en 2: farmacogenetische bepaling mogelijk zinvol
|
1: Een vrouw die ernstige tremoren ontwikkelt na start van een lage dosering nortriptyline (10mg) Zij bleek een CYP2D6 poor metabolizer en werd overgezet op gabapentine (alternatief: verlagen naar 4mg notriptyline). 2: Een man die refluxklachten houdt, ondanks 2x daags pantoprazol 40mg Hij bleek een CYP2C19 ultrapid metabolizer en werd overgezet op esomeprazol 40mg (alternatief: 5x daags pantoprazol 40mg). |
Wanneer heeft een farmacologische bepaling geen zin?
Veel bijwerkingen kunnen op een andere manier verklaard worden. Het is daarom vaak zinvoller om een bloedspiegel van het medicament te bepalen (figuur 1).
Het is bovendien zelden zinvol om een volledig farmacologisch paspoort aan te vragen, omdat het vaak om één of twee betrokken enzymen gaat. In een paspoort of panelaanvraag worden veel enzymen gegenotypeerd waarbij farmacogenetische mutaties maar een klein deel van de variatie in de werking van het enzym verklaren (bijvoorbeeld CYP1A2 of CYP3A4). De kosten zijn ook aanzienlijker hoger dan de kosten van één of enkele bepalingen.
Praktijkvoorbeeld 3 en 4: farmacogenetische bepaling niet zinvol
|
3: Een vrouw met hypotensie na start amlodipine 10mg Amlodipine wordt afgebroken door CYP3A4, waarvan nauwelijks relevante genetische variaties bekend zijn. Het kan wel zijn dat patiënte grapefruitsap drinkt. Dit remt CYP3A4 en verhoogt daarmee de spiegel van amlodipine. 4: Een man met een allergische reactie op simvastatine 40mg Een afwijking in het SLCO1B1-gen kan de klaring van simvastatine significant verlagen. Daarmee neemt het risico op ernstige bijwerkingen toe. Een allergische reactie is echter een immunologische reactie die niet significant beïnvloed wordt door de bloedspiegel van simvastatine. |
Figuur 1: wanneer zet u farmacogenetisch onderzoek in bij een patiënt die het middel al gebruikt?

Conclusie
Denk aan farmacogenetica als één van de mogelijke factoren verantwoordelijk voor variatie tussen patiënten in geneesmiddelrespons en bijwerkingen. Twijfelt u over de indicatie of welke bepaling u het beste aan kunt vragen? U bent van harte welkom om te overleggen met de (ziekenhuis)apotheker.
Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan contact op met Rianne Weersink, ziekenhuisapotheker laboratorium, via rweersink@rijnstate.nl of 088-0051310.
Auteurs
Daan Viering, AIOS Interne Geneeskunde
Onder supervisie van Rianne Weersink, ziekenhuisapotheker
Bronnen
- NHG-Standpunt Farmacogenetisch onderzoek in de huisartsenpraktijk, update n.a.v. G-Standaard november 2024 Microsoft Word - 22-09-19 NHG-Standpunt Farmacogenetica - schoon.docx
- Farmacogenetica update december 2025 Farmacogenetica-update augustus 2022
- Brochure Farmacogenetica en de apotheker 2019 Brochure Farmagenetica feb 2019-1.pdf
- Leidraad farmacogenetica voor de dagelijkse psychiatrische praktijk september 2020 LEIDRAAD FARMACOGENETICA VOOR DE DAGELIJKSE PSYCHIATRISCHE PRAKTIJK

